Lever

De aandoening aan de lever is bij de meeste patiënten het grootste kenmerk van het Syndroom van Alagille. Er zijn te weinig of niet goed aangelegde kleine galgangetjes in de lever. Deze galgangetjes zijn te vergelijken met de grootte van de haarvaatjes in je vinger. Dit maakt dat het niet mogelijk is om de galgangetjes te opereren.

De galgangetjes hebben een aantal doelen, waaronder:
-het vervoeren van gal;
-het vervoeren van giften en afvalstoffen zoals bilirubine;
-het vervoeren van cholesterol.

Gal
Gal is een vloeistof dat in het lichaam hoofdzakelijk voor 2 dingen wordt gebruikt: het afvoeren van giften en afvalproducten en het (mede) verteren van vetten en de vetoplosbare vitaminen A, D, E en K, zodat deze kunnen worden opgenomen door het lichaam.

De galgangetjes vervoeren gal van de levercellen naar de galblaas en komen uiteindelijk in de dunne darm uit.

Doordat er bij het Syndroom van Alagille te weinig of slecht aangelegde galgangetjes in de lever zijn, hoopt de gal zich in de lever op, waardoor er leverbeschadiging optreedt.

Bilirubine
Bilirubine is een gele stof die voornamelijk vrijkomt bij de afbraak van oude rode bloedcellen. Bilirubine is giftig voor het lichaam, wordt normaal gesproken uitgescheiden via de gal en verlaat op deze wijze via de uitwerpselen en de urine het lichaam.

Door de verstoorde galafvoer, kan de bilirubine niet of niet volledig worden uitgescheiden. Hierdoor krijgt een persoon met het Syndroom van Alagille een gelige huidskleur (geelzucht) en geelverkleurd oogwit. Hierbij hoort in het geval van Alagille een tweede symptoom; die van de kleur en substantie van de ontlasting. Doordat de gal met de bilirubine niet voldoende in de ontlasting terecht komt, is de ontlasting ontkleurd (grauw, grijs en wittig), is er sprake van een typische vetdiarree en een slechte opname van de vetoplosbare vitamines A, D, E en K.
Ook is de urine donkerder van kleur (donkergeel tot bruin), doordat de bilirubine terug in de bloedstroom komt en vervolgens door de nieren wordt uitgescheiden.

Veel gezonde pasgeboren baby’s zijn wat geel direct na de geboorte. Dit komt doordat de lever een bepaald enzym nog niet effectief produceert. Deze geelheid trekt weg in de tweede of derde week na de geboorte. Soms is het nodig deze zuigelingen onder een blauwe lamp te leggen, waardoor het lichaam wordt gestimuleerd de bilirubine af te voeren.
In het geval van het Syndroom van Alagille blijft een zuigeling geel. Bij aanhoudende geelzucht moet daarom altijd een dokter geraadpleegd worden!

Cholesterol
Verder wordt normaal gesproken ook cholesterol door de galgangetjes afgevoerd. Ook deze afvoer is slecht bij het Alagille Syndroom.

Gevolgen voor de lever
In eerste instantie probeert de lever zichzelf te herstellen van de schade door de gal en andere stoffen, maar daarbij treedt verlittekening op van de lever (fibrose). Hierdoor sterven op termijn delen van de lever af (levercirrose). Uiteindelijk kan het zijn dat de lever zo slecht wordt dat hij niet voldoende meer kan werken en dan is een levertransplantatie noodzakelijk.

Dit is niet bij alle patiënten van toepassing. Maar omdat het per patiënt ontzettend lastig te voorspellen is hoe erg de lever wordt beschadigd en wanneer deze te slecht wordt om nog te functioneren, is het iets waar Alagille-patiënten en hun omgeving rekening mee moeten houden.